2012 - Terugblik op Zvezdoliki


Terugblik klassieke muziek
Gehoord: Trio Zvezdoliki op 5 februari In den Woudfluit in Wouw



Zvezdoliki boeit met niet alledaags programma



Katelijne Onsia, Oriana Dierinck en Nicolas Callot

 

 
Waarschijnlijk hebben de weersomstandigheden veel muziekliefhebbers afgeschrikt.
De ongeveer vijftig diehards die echter wel de moeite hadden genomen om naar het intieme concertzaaltje ”In den Wouwdfluit” te komen, werden daar aangenaam verrast door het Trio Zvezdoliki, een sympathiek kamermuziekensemble uit Antwerpen.
Zvezdoliki, de naam verwijst naar een cantate van Stravinsky, bestaat uit fluitiste Oriana Dierinck, altvioliste Katelijne Onsia en pianist Nicolas Callot.

In deze minder gebruikelijke samenstelling van drie uitstekende instrumentalisten werd een programma gebracht van minder bekend doch erg boeiend werk.
Jammer was het wel dat het drietal geen compositie gevonden of gearrangeerd had die ook daadwerkelijk als trio kon worden uitgevoerd.

In de combinaties van piano-fluit, fluit-altviool en piano-altviool of solistisch viel echter ook  heel wat moois te beluisteren, waarbij bijna ieder werk een hoogtepunt op zich was.
Alleen de fluitsolo “Sonata Appassionata”opus 140 van Sigfrid Karg-Elert uit 1917 had even de tijd nodig om naar een echte climax te groeien.

Dierinck’s toonvorming had aanvankelijk wat te lijden onder een dosis spanning en onrustige ademtechniek,
waardoor dit lyrische stuk eerder als een etude vol technische hoogstandjes klonk dan als een stuk vol heftige passie.
Dierinck wist zich echter volledig te rehabiliteren in de expressionistische “Sonate” van Albert Huybrechts,
die ze in een homogeen samengaan met Onsia ten gehore bracht. In deze spannende maar veeleisende sfeerschildering wisten beide instrumentalisten elkaar vanaf de eerste inzet bijzonder harmonieus te vinden in een uitdagend duet. Twee totaal verschillend klinkende instrumenten die beiden dezelfde emotionele taal spraken in een niet alledaags klankbeeld.

Naast hun technische verworvenheid toonden de beide dames hier vooral een indrukwekkende muzikale interpretatie, waardoor deze wat experimentele en op moderne leest geschoeide muziek een boeiende diepgang kreeg. Integer en fijngevoelig intoneerden beiden  het lyrische tweede deel waardoor een intiem spanningsveld van mystieke saamhorigheid ontstond.

In het laatste deel groeiden fluit en viool zusterlijk naar een prachtige climax in een uiterst verfijnd piano.
Ook Callot bleek een pianist van klasse te zijn. In de selectie pianominiatuurtjes uit de “Lyrische Stücke” van Edward Grieg, legde hij secuur en met dromerige verstilling zijn ziel en verbondenheid van Grieg met de natuur bloot.
Opvallend daarbij was steeds Callot’s soepele natuurlijke toucher waardoor ieder werk een aangename rust uitstraalde.



BN/De Stem, door Monique Meeuwisse- van Genk op 6-02-2012